zondag 5 maart 2017

"De businesscase voor EDI is een no brainer", aldus Harry van der Zee, CEO bij Van Gils Fashion.

AMSTERDAM, 1 maart 2017 | bron: GS1 Mode

“De winst wordt gemaakt op de winkelvloer. Daar maakt de consument zijn keuzes. Een goed geoliede supply chain en informatie-uitwisselingen zorgen dat klanten precies krijgen wat ze willen. EDI is daarbij een middel om tijd over te houden voor de zaken die ertoe doen: klanten goed en professioneel helpen.”
In deze blog geeft Dorien Mouthaan, accountmanager mode bij GS1 Nederland het woord aan Harry van der Zee, CEO bij Van Gils Fashion BV. Hij is ervan overtuigd dat de voordelen van EDI zowel voor merken als voor retailers evident zijn.



‘Beter verkopen door fast en slow movers real-time te identificeren’
“De keten is langzaam omgedraaid. Niet meer push, maar juist pull. We sturen steeds meer op vraag. Maar dat vereist wel actuele informatie die gestandaardiseerd en gestructureerd binnenkomt. Sales reports laten immers direct zien hoe een collectie scoort. Door fast en slow movers bijna real-time te identificeren en daarop te anticiperen, zijn verkopen te optimaliseren. Verkoopinformatie is dus de basis om concrete actie te ondernemen. Bijvoorbeeld actiever op voorraad sturen om het succes van de winkelvloer vergroten. Verder is verkoopinformatie ook waardevol om nieuwe collecties te optimaliseren. We moeten zeker innoveren, maar tegelijkertijd houden we natuurlijk wel de score goed in de gaten.”

‘Door EDI de samenwerking tussen merken en retailers versterken’
“EDI is dus een effectief middel om samenwerking in de keten te vergemakkelijken en de verbinding tussen retailer en merk te versterken. Door informatie te delen, kunnen we retailers ontlasten. Dat lukt niet zonder een betrouwbare en gestandaardiseerde connectie. Dit voorkomt tijdverlies en fouten bij het aanmaken van orders of het prijzen van artikelen Als producten kant-en-klaar binnen komen is de time-to-market optimaal. Bovendien minimaliseert slimme replenishment de nee-verkopen. Investeren in EDI loont dus al snel: lagere kosten, hogere omzet en betere marges. De businesscase voor EDI is dus eigenlijk een no-brainer.”

‘Slechts een korte tijd om in de winkel te scoren’
“Hoewel Van Gils een bedrijf is met een lange historie, creëren we al geruime tijd een geautomatiseerd beeld van onze performance. Daarbij gaan we verder dan data uitwisselen alleen. Door verschillende datastromen uit heel Europa te koppelen en te analyseren, hebben we een goed fundament voor concrete actie. Daarbij is snelheid essentieel, want in de modesector heb je maar korte tijd om te scoren.”

Scheiding communicatiekanalen onnodig door omnichannel-wereld
“De efficiencyslag die we in onze retailplanning gemaakt hebben, gebruiken we overigens niet alleen voor onze eigen brandstores. Die uniforme aanpak benutten we ook voor shop-in-shops en onafhankelijke retailers. In een omnichannel-wereld is een scheiding tussen kanalen niet langer zinvol. We gebruiken één distributieaanpak voor het merk Van Gils via alle kanalen. Dat doen we inmiddels met een gespecialiseerd team. Die verticalisering vraagt wel veel transparantie en onderling vertrouwen. We nemen dan namelijk een deel van de sturing van de retailer over. Maar tegelijkertijd kan de ondernemer zich wel honderd procent concentreren op service en verkoop. Hij weet namelijk zeker dat de juiste producten in zijn winkel liggen.”

‘De shopfloor is en blijft leading’
“Met een concept als ‘controlled floorspace’ zorgen we dat de retailer meer kan verkopen. Dat kan alleen als we ook echt inzicht in de performance hebben. Op basis van die informatie zorgen we dat de beschikbare vierkante meters optimaal ingevuld worden. Ik noem dat voorwaartse verticale integratie. De shopfloor is hoe dan ook leading, waar deze ook ligt. In onze eigen stores, shop-in-shop of bij retailers. Omdat we die sturing voor onze eigen winkels geoptimaliseerd hebben, kunnen anderen daar eenvoudig van meeprofiteren. Dat is volgens mij de beste manier om precies te bieden wat de klant wil en samen succesvol te zijn.”





Naschrift FashionUnited eBusiness
Ook Van Gils Fashion hanteert een welbewuste en uitgekiende inzet van EDI voor optimale processturing in de keten, die leidt tot win-win-win voor de leverancier, de retailer en ook de consument. FashionUnited eBusiness is de one-to-many EDI partner voor Van Gils Fashion met EDI-tools en services, waaronder eBiss, eGate en de Connectivity Engine. Bel voor meer informatie met Steven WItteveen: +31 653 137303. 


zaterdag 31 december 2016

EDI tussen Open32 (Varova) en Just Brands leidt tot slimmer inkopen en meer verkopen met lagere voorraden

AMSTERDAM, 21 december 2016 | bron: GS1 Mode
“Toen ik zes jaar geleden bij mijn huidige werkgever startte, was er nog veel scepsis over EDI. Veel mensen zagen geen heil in de uitwisseling van prijs-, product- en verkoopinformatie.” In deze blog geeft sectormanager mode bij GS1 Nederland Dorien Mouthaan het woord aan Sebastian Groosman, IT Manager bij B32 Groep, onderdeel van Varova Fashion Group. Is er sinds die tijd wat veranderd? Ja, hij ziet wel degelijk dat het belang en noodzaak van gestandaardiseerde informatie-uitwisseling tussen leveranciers en retailers steeds duidelijker wordt.

Geen EDI: meer ‘nee-verkopen’ en hogere voorraden
“We werken momenteel samen met Just Brands hard aan de afronding van een EDI-project waarmee we ‘nee-verkoop’ in de winkels willen terugdringen. Als een retailer in zijn winkel ‘nee’ moet verkopen, kost dat onherroepelijk omzet. In dat geval lijkt meer voorraad aanhouden of een veiligheidsvoorraad aanleggen, een logische reactie. Toch kleven daar ook nadelen aan. Een voorraad in een DC kost immers nog steeds geld.”
“Waarom zouden we de voorraad bij leveranciers dan niet direct toegankelijk maken? Door deze online of via de kassa inzichtelijk te maken. Om de directe verkoop van actuele voorraden van derden efficiënt in te richten, is het slim om daarvoor hun eigen informatie, zoals de GS1 code (EAN-code), foto’s en commerciële teksten te gebruiken. Maar die gegevens moeten dan wel beschikbaar en goed uitwisselbaar zijn.”
“Soms is een product uitverkocht of heeft de winkelier gewoon te weinig ruimte om heel veel modellen of kleuren te herbergen. Inzicht in de voorraad is dan essentieel. Als een product niet op voorraad is, moet de retailer snel kunnen beslissen. Moet dit product uit het DC komen, uit de retourstroom van andere winkels of direct van de leverancier? In het laatste geval is direct bestellen via internet of de kassa een goede oplossing. Dat vereist inzicht om snel te kunnen schakelen en verkoopkansen te grijpen. Bovendien zijn de logistieke processen dan beter af te stemmen op wat een retailer waar en wanneer verkoopt. De consument krijgt zo sneller toegang tot een breder en dieper assortiment. Bovendien voorkomt het dat hij naar de volgende winkel in de straat gaat.”


Goede afspraken tussen retailer en leverancier
“Om misverstanden te voorkomen en betrouwbare communicatie te ondersteunen, is het essentieel om goede afspraken te maken. Bijvoorbeeld over welke informatie precies gedeeld wordt en hoe dat gebeurt. Dat is nodig om te voorkomen dat systemen vervuild raken en vollopen. “
“Kortom, het idee is op zich relatief eenvoudig. Toch komt er aan de achterkant nog heel wat bij kijken om de informatie-uitwisseling tussen leveranciers en retailers goed te regelen. Door samenwerking op basis van de GS1 standaard is voorraadinformatie van de leveranciers makkelijk te ontsluiten en productinformatie, zoals fotografie of commerciële teksten, eenduidig uit te wisselen.”

Gestandaardiseerd informatie delen = slimmer inkopen en verkopen
“Hoewel het besef groeit dat standaarden retailers en leveranciers concrete voordelen opleveren, zijn er in de Fashion momenteel nog best wat verschillen. In mijn ogen biedt GS1 de kans om die kloof te overbruggen en te zorgen dat iedereen dezelfde taal kan spreken. Dat vereist goede afspraken en constructieve samenwerking. En daar kunnen we niet meer op blijven wachten. Ik ben er van overtuigd dat organisaties die hun informatie gestandaardiseerd delen slimmer inkopen en verkopen. Daarbij is EDI de interface die alle communicatie in goede banen leidt.”

Naschrift FashionUnited eBusiness
Varova (met onder meer B32, Men at Work, Tumble ’n Dry en Gsus) hanteert een welbewuste en uitgekiende inzet van EDI voor optimale processturing in de keten, die leidt tot win-win-win voor de leverancier, de retailer en ook de consument. FashionUnited eBusiness is de one-to-many EDI partner voor zowel Just Brands als ook voor Varova en haar onderdelen; met EDI-tools en services, waaronder eBiss en eGate. Bel voor meer informatie met Steven WItteveen: +31 653 137303. 


woensdag 19 oktober 2016

Rondetafelmeeting (1) Ketenoptimalisatie middels EDI

Op 18 oktober 2016 heeft bij FashionUnited eBusiness B.V. te Almere de eerste rondetafelmeeting plaatsgevonden met retailers en leveranciers in fashion. Koplopers uit de markt waren aanwezig en hielden een pleidooi voor een tweede rondetafelmeeting Ketenoptimalisatie middels EDI (gepland voor januari 2017).
















Aanwezig waren (allen op persoonlijke uitnodiging):

Leveranciers:

  • Arjan Maat, International District Manager Simplicity GmbH (OPUS and Someday).
  • Guido Verhagen, CIO van Micro Fashion (Profuomo en Michaelis), tevens lid van de GS1 Business council mode en de Tactical group mode. 
  • Harry van der Zee, CEO van Van Gils Fashion, tevens lid van de GS1 Business council mode.
  • Mark Maters, CFO van Van Gils Fashion.
  • Sander Bakkers, Project Manager bij Dobotex International / PUMA AG group, tevens lid van de GS1 Business council mode.

Retailers:
  • Bert Oosterom, logistiek manager bij Only for Men 
  • Arjan in 't Veld, logistiek manager bij Voorwinden
  • Henri van den Broek, E-Commerce manager van Sport 2000 /ANWR-Garant Nederland, tevens Lid Expertgroep "Store Innovation ROI" at Shopping Tomorrow


We hebben van half vier tot een uur of zeven informeel gesproken over verschillende onderwerpen inzake ketenoptimalisatie. Met name Vendor Managed Inventory, omni channel modellen, longtail RFID, pre priced uitlevering, cross dock, nut en noodzaak van een global product data pool, omprijzen versus afprijzen en replenishment kregen aandacht. 


Conclusie
Geconcludeerd werd dat de fashionmarkt structurele veranderingen versneld door moet voeren waarbij VMI middels EDI de meest veelbelovende weg lijkt, dat de rol van ICT in te veel gevallen nog onderbelicht is en dat het zeer zinvol is om best practices met bevlogen retailers en leveranciers samen te bespreken. Vandaar het verzoek voor een vervolg rondetafelmeeting over Ketenoptimalisatie. 

De meeting was op initiatief van en werd voorgezeten door Steven Witteveen van FashionUnited eBusiness B.V., mede ingegeven door verzoeken van retailers en leveranciers. 

Bent u ook een bevlogen retailer of leverancier in fashion die ketenoptimalisatie middels EDI hoog in het vaandel heeft staan, neem dan gerust contact op met Steven Witteveen. Wellicht kunt ook u dan een bijdrage leveren aan de volgende rondetafelmeeting.


maandag 30 mei 2016

Het belang van pre-priced uitleveren: be shopfloor ready!

Dit blog tracht inzichtelijk te maken wat de afwegingen en consequenties zijn van het al dan niet pre-priced uitleveren. Het gezamenlijk belang van de merkleverancier en zijn multibrand retailers staat hierbij centraal. Zij kunnen keuzes maken die leiden tot een win-win situatie die beter bestand is tegen de druk van met name de verticals. H&M en Zara bijvoorbeeld werken veel efficiënter dan de multibrand spelers en hebben het relatief makkelijk omdat zij alleen maar aan hun eigen winkels uitleveren. Zij voorzien al hun artikelen bij productie reeds van de consumentenprijs: kostenefficiënt, transparant en shop floor ready. Met de juiste keuzes vanuit de merkleverancier liggen die voordelen ook voor de multibrand omgeving binnen handbereik.

Effectief pre-priced uitleveren in fashion houdt in dat de leverancier al de goederen die zij uitlevert aan haar retailpartners, standaard voorzien heeft van ook de 'suggested retailprice'. Ketendenkers als Falke, Sinner, Garcia, PME, Jack & Jones, State of Art, Profuomo, McGregor, Betty Barclay, Opus, Vero Moda, SomeDay, Brax, Olymp, Street One, s.Oliver, Profuomo, en Quiksilver bijvoorbeeld, hebben die stap inmiddels gezet.

Vreemd genoeg echter, levert het merendeel van de leveranciers nog niet standaard pre-priced uit; veelal omdat zij er niet gedegen over nagedacht hebben. In fashion (kleding, sportswear en schoenen) volgt meer dan 80% van de multibrand retailers de suggested retail price van de leverancier als de verkoopprijs voor de consument. En toch voorzien de meeste merkleverancier hun artikelen vandaag de dag nog steeds niet van hun suggested retail price. De consequentie daarvan is dat elke retailpartner elk stuk dan nog moet voorzien van de consumentenprijs.

Bovenstaande leidt tot een langere time-to-shopfloor, hetgeen de retailer een nadeel oplevert en de leverancier indirect ook (verlaging van omloopsnelheid en de verkoopkansen). Filiaalbedrijven hebben veelal een centraal magazijn en willen hun winkels met zo min mogelijk handelingen opzadelen. Artikelen die nog geprijsd moeten worden komen minder snel in aanmerking voor cross-dock en direct delivery aan de winkel en zullen daarom vaker de langere weg langs het centraal magazijn van het filiaalbedrijf moeten afleggen.

Genoemd proces van prijzen door de retailer leidt tot nog een ander nadeel: de retailer die nog moet prijzen is genegen om niet alleen een prijs op het etiket van de leverancier toe te voegen, maar eerder om een totaal nieuw etiket met eigen barcode te printen. Dat etiket wordt in de praktijk dan vaak over de barcode van de leverancier geplakt, waardoor leverancier en retailer niet meer aligned zijn wat betreft de artikelidentificatie. Optimale samenwerking in de keten op basis van cijfers (denk daar bij ook aan vendor managed inventory) wordt daardoor vermoeilijkt of zelfs onmogelijk gemaakt.

Het grootste probleem van het niet pre-priced uitleveren is echter de enorme verhoging van de kosten in de keten. Als een leverancier alleen al in Nederland 200 retailklanten heeft, betekent dat die prijshandeling op 200 verschillende plaatsen in Nederland moet worden uitgevoerd. Als die leverancier internationaal uitlevert, verveelvoudigd dat aantal plaatsen en handelingen zich. In de gehele Europese fashionmarkt leidt het niet pre-priced uitleveren tot een verduizendvoudiging van de kosten. Hier ligt een potentiele kostenbesparing van tientallen miljoenen Euro's in de keten.

De verticals hebben die kosten niet en de multibrand spelers kunnen die kosten relatief makkelijk besparen. Het kost een leverancier namelijk niets extra om naast de EAN-artikelcode (barcode) ook de suggested retailprice op het etiket te printen; het is louter een kwestie van eenmalig goed organiseren.

En dan nu de vermeende nadelen van het standaard pre-pricen.

"Het is niet mooi en wij willen onze eigen uitstraling hebben." Dat is weliswaar een tegenargument, maar retailers als de Bijenkorf, Berden, Van Tilburg, Voorwinden, Van Uffelen en The Stone bijvoorbeeld zijn al lang geleden over dat argument heen gestapt omdat de efficiencywinst van pre-priced aanlevering zo enorm veel zwaarder weegt; zo hebben zij in de praktijk ervaren. Een retailer kan desgewenst een mooi label met zijn eigen logo aan het artikel toevoegen (uniforme uitstraling) en de consument is er inmiddels goed aan gewend.

'Verschillende consumentenprijzen per land' wordt vaak als argument gegeven om niet te pre-pricen. Dat is een drogreden. Ook met 'verschillende prijzen per land' is pre-pricing heel goed mogelijk. In het voorbeeld op de afbeelding is er een perforatie opgenomen tussen de verschillende Europrijzen en zijn die verschillende Europrijzen van hoog naar laag gesorteerd. Als je zo uitlevert kan een retailer, in bijvoorbeeld Maastricht, zelfstandig besluiten om de goedkopere Duitse Europrijs er af te scheuren.

Er zouden retailers zijn die de prijs niet op het kaartje wensen of de artikelen hoger willen prijzen dan de suggested retail price. In dat geval kan die retailer het gehele prijsdeel van het kaartje verwijderen en er zelf zijn eigen prijs op aanbrengen. In de praktijk komt dit in minder dan 10% van de gevallen voor. Laat u zich daardoor dus niet van de wijs brengen en neem die argumenten simpel weg door een perforatie boven de prijzen aan te brengen.

Ook wordt beweerd dat pre-pricen wettelijk niet geoorloofd zou zijn. Dat kan afgevangen worden door bij de prijs af te drukken dat het een 'Suggested Retailprice' betreft. Zodoende wordt er geen prijs opgelegd en is er geen juridisch probleem.

Het hier gepresenteerde ontwerp is multifunctioneel en kan zodoende door elke leverancier met haar eigen merklogo, zonder meerkosten, shop-floor-ready naar al haar klanten uitgeleverd worden. In combinatie met het EDI PRICAT bericht heeft de retailer daarmee in zijn winkel precies dezelfde informatie op het artikel staan als in zijn kassa-systeem en in het systeem van de leverancier. Wel zo handig voor digitale samanwerking!

Wees creatief en kies voor efficiency in de samenwerking met uw retailerpartners om zo effectiever te kunnen concurreren met de oprukkende verticals. Combineer het pre-pricen met EDI, zodat de voordelen die de verticals hebben ook aan u en uw retailpartner ten goede komen. Pas dan kan Vendor Managed Inventory optimaal tot haar recht komen en maken we als multibrandomgeving de noodzakelijke sprongen voorwaarts.

Er zijn genoeg voorbeelden van grote retailers die hun doorverkoopcijfers (omzet en voorraden) dagelijks structureel via EDI aanleveren bij de leveranciers die pre-priced aanleveren en dat niet doen (of slechts via gammele pdf files) bij de leveranciers die niet pre-priced aanleveren. Pre-priced aanleveren leidt zodoende tot een concurrentievoordeel, enorme kostenbesparingen in de keten en tot een aanzienlijk betere samenwerking tussen leverancier en retailer. Praat hierover met uw partners of nodig FashionUnited eBusiness bij u uit met als doel het efficiency- en concurrentievoordeel ook aan uw kant te krijgen.  


woensdag 16 december 2015

Sjoerd Wilmans van Profuomo: 'Stop buying; start selling', VMI als win-win-win business model door effectieve inzet van EDI

AMSTERDAM, 8 december 2015 | door Dorien Mouthaan van GS1 in Textilia

Dorien Mouthaan, sectormanager mode GS1 Nederland nodigde Sjoerd Wilmans, sales director bij Profuomo, uit om op het GS1 Industry and Standards Event: Transforming Business Together in Warschau te spreken over “Reversing the chain Stop buying, start selling”. Dat was in oktober. Nu is hij in deze column (in Textilia) aan het woord: "De bereidheid om samen te werken speelt een sleutelrol."
"Wie kent niet het spreekwoord ‘De kleren maken de man’ ? Iemands kleding bepaalt het aanzien dat hij heeft. Kleding was lange tijd de bepalende factor voor iemands imago. Inmiddels is er op dat vlak veel meer concurrentie. Denk bijvoorbeeld aan gadgets zoals een smartphone. Dat is echter maar één van de uitdagingen waar de modewereld momenteel voor staat. Hoe zorg je ervoor dat kleding weer vaker in het ‘koopbrein’ van de consument komt en hij meer geld aan modeartikelen besteedt?"
"Het is belangrijk dat leveranciers en retailers in actie komen. Verticalen geven het voorbeeld.  Deze grote bedrijven beheersen hun keten van A tot Z en dat biedt vele voordelen. Volgens mij is de manier om de strijd aan te kunnen dan ook dat leveranciers en retailers meer grip op de keten creëren. Hierbij spelen de bereidheid om samen te werken en gestandaardiseerde informatie-uitwisseling een sleutelrol."
Verkopen
"Hoewel Profuomo als familiebedrijf een lange historie heeft, is ons business model de laatste jaren flink vernieuwd om aan de nieuwe marktomstandigheden te voldoen. De traditionele samenwerkingsvormen zijn uitgebreid met diensten zoals Vendor Managed Inventory (VMI). Ter illustratie: we hebben inmiddels zes fulltime medewerkers in dienst die de voorraad van onze retailers monitoren, aanvullen en terughalen. In essentie zorgen we zo dat de juiste producten op het juiste moment in de winkel liggen. Op die manier zorgen we ervoor dat de retailer kan doen waar hij of zij goed in is: de focus op de klant en de regie van het winkelconcept bewaken." 
Trendbreuk
"Onze aanpak is best een trendbreuk met het verleden. Toen leek het doel soms om zoveel mogelijk producten aan de retailer te leveren. De zogenaamde ‘sell-in’ was leidend. Dat is inmiddels omgekeerd en de focus ligt nu bij de ‘sell-out’. Deze verschuiving vraagt een andere manier van denken. Het gaat er om de keten te optimaliseren. Het proces zo goed mogelijk te organiseren en schakels op elkaar af te stemmen. EDI is onmisbaar in die optimalisatieslag. We kunnen informatie op de winkelvloer verzamelen en delen om samen de vierkante meters in de winkel optimaal te benutten."
Dezelfde taal
"Data verzamelen begint al vroeg in het proces. Al bij de het ontwerpen van een collectie benut Profuomo (verkoop)informatie uit de winkel. Zo baseren we onze producten niet op een gevoel alleen. We ontwerpen op basis van concrete feiten en sluiten veel beter aan op de wensen van consumenten. Deze aanpak is overigens alleen succesvol als informatie gestandaardiseerd wordt vastgelegd en gedeeld. Standaarden zoals GS1 EDI maken de communicatie binnen de keten sneller en gemakkelijker. Bovendien weten we zeker dat we allemaal dezelfde taal spreken en er geen onduidelijkheid ontstaat door onnodige conversieslagen."
Vertrouwen
"De technologie is dus aanwezig en de businessmodellen die we nu bij Profuomo toepassen, tonen aan wat ketenintegratie in de praktijk kan opleveren. Toch ligt deze manier van samenwerken soms nog wat gevoelig bij ketenpartijen. Het vraagt namelijk transparantie en een andere denkwijze in voorraadbeheer en inkoop. Hierbij is vertrouwen noodzakelijk. Zodra mensen zelf ervaren wat procesintegratie via EDI en samenwerking echt kunnen opleveren, daalt de weerstand vaak snel. Dan ligt de weg open naar een keten waarbinnen verkoop echt centraal staat en waarin bedrijven samen de concurrentie aan kunnen. Nu en in de toekomst."

Naschrift FUI
Micro Fashion voert de merken Profuomo en Michaelis op een internationale schaal met een welbewuste en uitgekiende inzet van EDI voor optimale processturing in de keten, die leidt tot win-win-win voor Micro, de retailer en de consument. FashionUnited Indicia is sinds jaar en dag de EDI partner voor Micro Fashion met tools en services, waaronder eBiss en eGate. Bel voor meer informatie met Steven WItteveen: +31 653 137303. 

vrijdag 30 januari 2015

Cruciale weeffout in het consignment model van V&D



V&D registreert niet hoeveel producten in welke kleuren en maten er in haar winkels op voorraad zijn. De oorzaak daarvan is dat V&D in de door haar eenzijdig afgedwongen EDI Policy met haar consignmenthouders verzuimd heeft om de elektronische pakbon (DESADV) te implementeren. V&D heeft inmiddels ruim 4 duizend shop-in-shops van A-merken, welke in haar 63 winkels merendeels op basis van consignment geëxploiteerd worden. Op zich is dat een hele mooie prestatie, voortkomend uit een juiste strategie. Gevolg van het niet vastleggen van deze voorraden is echter dat niemand de voorraad voor deze shop-in-shops goed aan kan sturen; een cruciale weeffout derhalve. Retail zonder nauwkeurig voorraadbeheer in fashion is namelijk 'killing'. En aangezien V&D, naar eigen zeggen, de snelst groeiende mode retailer in Nederland is, kan je wel nagaan hoe groot de impact van dit probleem is. Saillant detail: dit probleem is relatief makkelijk op te lossen ... Laten we hopen dat het V&D alsnog kan helpen om uit de problemen te geraken; of anders tenminste een eye-opener kan zijn voor degenen die met consignment te maken hebben of daarmee nog in aanraking gaan komen. 

Kort door de bocht zou je kunnen redeneren dat het niet erg is dat V&D die voorraden niet registreert, omdat de consignmentgoederen in eigendom zijn van de merken en de voorraadhoogte daarvan derhalve niet de verantwoordelijkheid is van V&D. Maar niets is minder waar.
Laten we daartoe eerst duidelijk hebben wat de belangrijkste kenmerken zijn van een consignment model: 
  • het eigendom van de goederen ligt bij het merk, 
  • het merk stuurt de replenishment aan, 
  • er is geen personeel van het merk op de winkelvloer aanwezig (in tegenstelling tot het concession model dat we meer bij bijvoorbeeld de Bijenkorf zien),
  • de via de kassa van de retailer gerealiseerde verkoopwaarde (dus na aftrek van afprijzingen en kortingen) wordt volgens een vooraf overeengekomen percentage verdeeld tussen de retailer en het merk. 
Het merk weet uiteraard wel wat zij initieel levert aan V&D en ook welke producten aan de consument verkocht zijn, tegen welke prijs, op welke datum en in welke winkel (SLSRPT). Het merk weet echter niet wat er gestolen is en ook niet welke producten door de consument geretourneerd zijn in wellicht een ander filiaal en welke producten ergens nog op een magazijnlocatie van V&D liggen. De productowners die de voorraad moeten sturen kunnen dat daardoor niet nauwkeurig doen. In fashion is dat cruciaal omdat de sturing van de meeste artikelen plaats dient te vinden op filiaalniveau in losse stuks per kleur en per maat. Een onnauwkeurig voorraadbeheer leidt tot meer nee-verkopen, hogere afprijzingen en een minder hoge omloopsnelheid; in-the-end derhalve tot een lager rendement. En wie zijn daar de dupe van: in de eerste plaats de consument (vaker misgrijpen), maar ook het merk (minder verkopen) en meer nog V&D zelf (een slechter rendement). 

Ruim 10 jaar geleden is V&D begonnen met de invoering van consignment met de eerste modemerken. Toen is de weeffout gemaakt door alleen de EDI berichten PRICAT (productdata van merk naar V&D) en SLSRPT (omzetdetails van V&D naar de merken) te implementeren. Zoals eerder gezegd is daarbij verzuimd om aan de hand van een elektronische pakbon (DESADV) per levering van merk aan V&D de voorraad op artikel/kleur/maat-niveau in te boeken. Dat zal alsnog dienen te gebeuren, met ook gebruik making van SSCC-codes om tot een effectief en bewezen crossdock model te kunnen komen (http://fashionedi.blogspot.nl/2013/05/desadv-voor-logistieke-sturing-en.html). Die voorraadvastlegging vindt nauwkeurig (per filiaal, per kleur en per maat) en vanwege EDI ook handsfree plaats (V&D hoeft niets in te boeken; dat kan het systeem automatisch doen). Doel daarvan is dat V&D periodiek een nauwkeurige, actuele voorraadstand per SKU, per filiaal (INVRPT) aan het betreffende merk kan overleggen. In zo’n INVRPT zijn interfiliaalleveringen, als ook retouren die door een consument in ander filiaal zijn geruild, maar ook de uitkomsten van een periodiek noodzakelijke inventarisatie (minimaal twee keer per jaar) goed verwerkt. Zo een INVRPT dient bij voorkeur wekelijks, in de nacht van zondag op maandag bij het merk aangeleverd te worden. Daarmee kan het EDI en ERP systeem van die leverancier op maandag wel een optimale herbevoorrading per filiaal op artikel/kleur/maat-niveau faciliteren. Zowel de consument, het merk als ook V&D worden daar beduidend beter van. 

Andere succesvolle Europese fashion retailers met consignment hanteren wel PRICAT, DESADV, SLSRPT en INVRPT. Implementatie daarvan in fashion is met eBiss in combinatie met eGate overigens goed te doen. 

In eerdere blogs besproken alternatieven voor een lousy consignment model zijn het concession model (met personeel van het merk, waardoor er een betere afstemming en controle plaats kan vinden) en het succesvolle vendor managed inventory model, dat veel meer op win-win-win gebaseerd is (B2B2C).

vrijdag 9 januari 2015

Index van de t/m dec.'14 gepubliceerde blogs met ranking

Gesorteerd op populariteit [met tussen haakjes de ranking van juli 2013]
Totaal aantal keer dat dit blog tot aan eind 2014 gelezen is: 13.705


1. 

2. Nieuwe, spraakmakende shop-in-shop concepten bieden nieuwe kansen [1]

3. Micro Fashion: 'Consignment is een businessmodel dat in deze crisistijd goed werkt' [2]

4. 

5. 
DESADV: voor logistieke sturing en procesoptimalisatie in fashion [10]

6. 
De cirkel is rond: EDI is noodzaak = proven! [4]

7. 

8. 

9. 

10. 

11. 

12. 

13. 

14. 
15. X-Mas shopping' in Londen [14]
16. Pragmatisch (deel 1): standaard artikelgroepen [-]
17. VOC 2.0 als Nederlands antwoord op disruptie [-]
18. Pragmatisch (deel2): standaard kleurcodering voor kleding en sport [-]
19. Pragmatisch (deel 3): standaard seizoensaanduiding en merkaanduiding [-]